FAQ: Bijzonder uitstel van betaling gedurende coronacrisis

Wij krijgen momenteel veel vragen uit de praktijk over de praktische invulling van het bijzonder uitstel van betaling voor belastingschulden. Bij deze een overzicht van de meest gestelde vragen, waarbij wij ons vooralsnog met name richten op het bijzonder uitstel; deze FAQ zal later worden aangevuld.

 

NB 1: in deze FAQ zijn de reacties van het kabinet van 12, 17 en 19.

NB 2: De maatregelen inzake de coronacrisis volgen elkaar in hoog tempo op en kunnen per dag veranderen. Raadpleeg voor de meest actuele informatie www.bdo.nl/corona.

 

  1. Wat is het verschil tussen gewoon, bijzonder en telefonisch uitstel?
  • Het reguliere uitstel voor ondernemers voorziet in een uitstel van betaling van maximaal 12 maanden. Eén van de voorwaarden is dat voldoende zekerheid wordt gesteld.
  • Telefonisch uitstel geldt voor een periode van maximaal 4 maanden. Er hoeft geen zekerheid te worden gesteld, maar de termijn van uitstel is korter en kan ook niet worden verlengd. Daarnaast is een belangrijke voorwaarde dat de totale openstaande belastingschuld minder is dan € 20.000.
  • Bijzonder uitstel is bedoeld voor die situaties dat een ondernemer door omstandigheden buiten zijn invloedssfeer in betalingsproblemen is gekomen, zoals in dit geval de coronacrisis. De ontvanger kan dan een ruimer uitstel toestaan (bijvoorbeeld voor langer dan 12 maanden, of met geen of minder zekerheid). Deze regeling voor bijzonder uitstel bestaat al langer, maar wordt nu in deze specifieke crisis nader ingevuld.

 

  1. Wat is het verschil tussen uitstel van betaling en een betalingsregeling?

Dat is er eigenlijk niet, immers uitstel van betaling is geen afstel van betaling. Maar doorgaans is een maandelijkse betalingsregeling onderdeel van de voorwaarden die de ontvanger stelt bij regulier uitstel. Waar in de volksmond gesproken wordt over een betalingsregeling gaat het dan ook meestal over regulier uitstel. Hoewel bijzonder uitstel meer ruimte biedt om tijdelijk van deze maandelijkse betalingen af te wijken, merken wij op dat een maandelijkse betaling wel een voorwaarde kan zijn die de ontvanger ook dan kan stellen.

 

  1. Moet ik nu (maart 2020) direct al uitstel van betaling aanvragen?

Nee, dat moet niet, althans niet voor zover het lopende tijdvakken btw en LH betreft. Zie de tijdslijn die als bijlage bij dit bericht is gevoegd: vraag uitstel aan zodra de naheffingsaanslag is opgelegd en vóórdat de betalingstermijn die op de aanslag staat vermeld is verlopen.

Ook hier geldt vanzelfsprekend: raadpleeg voor de meest actuele informatie www.bdo.nl/corona.

Ook voor overige aanslagen (inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) geldt dat uitstel aangevraagd moet worden vóór de betaaldatum die op de aanslag staat vermeld.

Volgens de huidige berichtgeving van de Belastingdienst kan ook niet eerder uitstel worden aangevraagd dan dat de aanslag is opgelegd. Gebruik de tussentijd om samen met de cliënt inzicht te krijgen in de financiële stand van zaken. Eventueel moet er in een later stadium op verzoek van de belastingdienst een derdenverklaring worden opgesteld (bij verzoeken om uitstel > 3 maanden).

 

  1. Wanneer moet de derdenverklaring worden verstuurd?

Volgens de laatste berichtgeving hoeft deze verklaring niet direct verzonden te worden bij het verzoek. Wel kan het zo zijn dit een dergelijke verklaring en/of andere informatie bij een verzoek om uitstel voor langer dan 3 maanden alsnog wordt opgevraagd op een later moment.

 

  1. Is er een format voor de aanvraag beschikbaar? En voor de derdenverklaring?

Het format voor de aanvraag vind je hier.

Over het format voor de derdenverklaring vindt nog overleg plaats. De derdenverklaring speelt op dit moment nog niet bij de aanvragen, in ieder geval nog niet bij uitstel voor maximaal drie maanden.

Het kan zijn dat de formats wijzigen n.a.v. gewijzigde berichtgeving of voortschrijdend inzicht over de te volgen tactische benadering. Gebruik daarom graag steeds alleen de versie die achter de link zit. Dat voorkomt dat je met een verouderde versie werkt.

 

  1. Moet de derdenverklaring een accountantsverklaring zijn?

Nee, het is geen accountantsverklaring. Aan de deskundige die de verklaring afgeeft worden – vooralsnog – geen formele eisen gesteld. Dit mag ook een financieel adviseur of fiscalist zijn. Vanzelfsprekend geldt echter wel dat alle verklaringen die BDO afgeeft aan de beroepsregels moeten voldoen die aan onze organisatie worden gesteld (en aan de kwaliteitseisen die wij van onszelf verlangen). Nadere details over de derdenverklaring zullen nog volgen.

 

  1. Wat moet verklaard worden in de derdenverklaring?

Op dit moment is nog onzeker in welke situaties een verklaring van een derde deskundige moet worden verstrekt. Wij zullen deze FAQ aanvullen zodra meer bekend is.

 

  1. Hoe lang krijgt de klant dan uitstel?

Het uitstel wordt automatisch voor 3 maanden verleend (langer is ook mogelijk op verzoek). Na het versturen van het verzoek tot uitstel wordt de invordering stilgelegd. Het uitstel wordt automatisch verstrekt. Als langer uitstel nodig is, zal de Belastingdienst vragen om aanvullende informatie.

 

  1. Moeten we wel/ook direct melding van betalingsonmacht doen?

Ja. In de praktijk heerst daarover soms verwarring bij cliënten: het is niet zo dat sprake is van een keuze (ofwel uitstel aanvragen, ofwel melden). Beide maatregelen moeten naast elkaar genomen worden. Zorg ervoor dat je (bij de eerste tijdvakken btw en/of LH die niet betaald kunnen worden) tijdig, d.w.z. binnen 2 weken nadat de betaling op aangifte had moeten worden gedaan hebt gemeld.

 

  1. Wat houdt ‘bijzonder’ uitstel in, hoe is dat anders dan regulier uitstel?

Bij gewoon uitstel moet een ondernemer zekerheid stellen. Daarnaast wordt in beginsel niet voor meer dan 12 maanden uitstel verleend. Bij bijzonder uitstel mag de ontvanger van deze eisen afwijken. Uitstel kan voor een langere periode en/of zonder zekerheid worden verleend.

Let wel: de ontvanger kan altijd, afhankelijk van de situatie, nadere voorwaarden stellen. Het is derhalve niet gezegd dat niet (deels) toch zekerheid zal moeten worden gesteld (tenzij het kabinet op een later moment met een bredere algemene toezegging komt).

 

  1. Is kort telefonisch uitstel niet veel gemakkelijker?

Nee. De aanvraag is weliswaar gemakkelijker, maar er zijn ook nadelen aan verbonden. Zo kan kort telefonisch uitstel in beginsel niet worden omgezet in regulier of bijzonder uitstel. Ook kan het niet nogmaals telefonisch worden verlengd: eenmaal telefonisch uitstel kan nooit meer zijn dan 4 maanden. Wees dan ook uitermate voorzichtig met het aanvragen van telefonisch uitstel.

Vooral nu onduidelijk is hoe lang de crisis gaat duren, adviseren wij om vooralsnog de route van regulier/ bijzonder uitstel te bewandelen.

 

  1. Moet ik in de toekomst opnieuw uitstel aanvragen voor volgende tijdvakken?

Ja. Bij regulier uitstel, dus niet het bijzonder uitstel zoals dat nu ten tijde van de coronacrisis bekend is of wordt gemaakt, is het overigens zo dat doorgaans de eis gesteld wordt dat lopende verplichtingen worden nagekomen. Aangezien onduidelijk is hoe lang de crisis gaat duren, is hoogst onzeker of cliënten aan die verplichting kunnen voldoen. Vooralsnog is het advies om, zodra er een nieuwe aanslag bij komt, schriftelijk te verzoeken deze aanslag mee te nemen in het al lopende uitstel.

NB: in ons format voor het eerste verzoek hebben wij reeds de optie opgenomen dat gemeld wordt dat ook komende verplichtingen niet zullen kunnen worden voldaan, opdat op deze wijze nieuwe aanslagen gelijk in het lopend verzoek kunnen worden meegenomen. Het is op dit moment nog niet duidelijk of de Belastingdienst deze werkwijze zal volgen.

 

  1. Moet ik dan ook opnieuw melding van betalingsonmacht doen?

Nee, in beginsel niet. Zolang men nog niet ‘bij’ is blijft de melding staan. Zie voor meer vragen en antwoorden over de melding van betalingsonmacht BVT 16-045 dat zo spoedig mogelijk zal worden geactualiseerd. Op het moment dat men volledig bij is met betalen en er ontstaat opnieuw een betalingsprobleem, moet wel weer worden gemeld.

 

  1. Moet ik ook melden en/of uitstel van betaling aanvragen als ik om verrekening heb verzocht?
    (19-2 AWR: verrekening van btw en LH)

Nee, althans niet indien de teruggaaf groot genoeg is om de LH volledig te betalen. Bij een juist en volledig verzoek tot verrekening wordt de verrekening gezien als directe betaling. Er is dus geen betalingsachterstand.

Let wel: als in een volgend tijdvak wél een betalingsprobleem ontstaat, moet vanzelfsprekend uitstel worden aangevraagd en betalingsonmacht worden gemeld.

 

  1. Stel dat het verzoek om uitstel wordt afgewezen, wat dan?

Neem dan contact op met je regionale lid van de Vakgroep Fiscale Procesvoering & Formeel Belastingrecht. Zorg er in ieder geval voor dat je de termijn voor administratief beroep niet laat verlopen. Let op: deze is aanzienlijk korter dan de normale bezwaartermijn (slechts 10 dagen).

 

  1. De client heeft nog wel wat geld, maar wil dit reserveren. Is er dan ook sprake van ‘betalingsproblemen’?

Dat is een vraag die niet zomaar te beantwoorden is. Weliswaar is toegezegd dat de Belastingdienst geen verzuimboetes zal opleggen, maar hoe zit dat met vergrijpboetes? Op basis van 67f AWR kan immers een boete worden opgelegd indien het aan grove schuld of opzet te wijten is dat niet betaald wordt. Er is kort gezegd een wereld van verschil tussen ‘niet kunnen’ betalen en ‘niet willen’ betalen.

Aan de andere kant is het ook zeker niet zo dat het nog wel hebben van enige liquide middelen automatisch betekent dat een klant ook ‘kan’ betalen. Het geld kan immers maar één keer uitgegeven worden. Vooralsnog gaan wij uit van hetgeen in de Leidraad Invordering gemeld wordt bij de melding van betalingsonmacht, inzake de vraag wanneer sprake is van ‘betalingsonmacht’:

Onder betalingsonmacht moet worden verstaan de omstandigheid dat het lichaam:

  • onvoldoende liquide middelen heeft;
  • tijdelijk te weinig liquide middelen heeft die te voldoen en hij de redelijke verwachting heeft dat hij die verplichting alsnog zal nakomen;
  • wel voldoende liquide middelen heeft om die te voldoen, maar hij deze daarvoor niet aanwendt in verband met zijn overige opeisbare betalingsverplichtingen.